Richtlijnen Thermosteen

Ter beschikking te stellen hulpmiddelen zoals bijv. de juiste steiger en opslagfaciliteiten;

  • Een water- en stroomaansluiting, 220V en/of 380V van voldoende capaciteit en voor permanent gebruik op maximaal 50 m1 van de werkplek;
  • Verlichting en/of afrastering indien noodzakelijk wordt geacht;
  • Een steiger die:

o over de volle hoogte van de gevel geplaatst is;

o minimaal 1,00 m1 breed is en slagen heeft van 2,00 m1;

o aan de bovenzijde waterdicht is afgedekt met lichtdoorlatende of transparante zeilen, minimaal t/m de bovenste steigerslag;

o voorzien van regenwerend gaas is tot aan straatniveau;

o is voorzien van trappenhuizen, met maximale tussenafstanden van 40 m1;

  • Bouwliften van voldoende capaciteit voor verticaal transport van materialen.
  • Noodvoorzieningen bij gedemonteerde hemelwaterafvoeren o.d. om te voorkomen dat regenwater voor, tijdens en na aanbrengen en uitharden langs de gevelisolatie loopt.
  • Een droge, afsluitbare, voldoende grote en vorstvrije opslagruimte voor materiaal en materieel;
  • De evt. voorbehandeling van de ondergrond:

o Oneffenheden in de ondergrond groter dan 2-3 mm/m² dienen te worden uitgevlakt.

o Gaten meer dan 10 mm terugliggend in het metselwerk of beton (bijv. bij vloerovergangen) dienen gevuld te worden.

  • Alle kozijnen, aansluitingen en geveldoorbrekende (gebouw)delen dienen waterdichten spanningsvrij door de opdrachtgever in de gevel gemonteerd te zijn voor deaanvang van montage werkzaamheden.
  • Het treffen van bouwkundige voorzieningen zoals bijv. aparte waterslagen;
  • (Dak) overstekken controleren en/of verlengen;
  • De te isoleren gevels dienen vrij van obstakels, schoon en droog voor montage te worden opgeleverd.
  • Montage en demontage van alle aan de bouwdelen gemonteerde zaken, vallen buiten de montage werkzaamheden.
  • Ingeval van gedemonteerde hekwerken o.i.d., waar nodig afdoende veiligheidsmaatregelen nemen.
  • Ingeval van direct op of in de constructie gemonteerde staalconstructies en bevestigingen, zoals kozijnankers, leidingen e.d., dienen deze te zijn vervaardigd van een niet corrosief materiaal.
  • Uitstekende geveldelen, schotels, buitenverlichting, mortelresten, nagels e.d. dienen te zijn verwijderd en eventueel in het gevelvlak te zijn aangeheeld.
  • Het waar nodig graven en weer dichten van een sleuf langs de gevels, voor het doorzetten van het systeem onder het maaiveld. Deze sleuf dient de toegang tot de gevel niet te bemoeilijken en van ruim voldoende afmeting te zijn.